Je wilt het goed doen voor iemand van wie je houdt. Je wilt dat het wassen prettig gaat. Je wilt dat je naaste de medicijnen op tijd inneemt. En je wilt dat je naaste zich veilig voelt. Tegelijk merk je misschien dat je veel dingen niet weet. Hoe til je iemand op zonder je rug pijn te doen? Wat doe je als je vader boos wordt en je niet snapt waarom? En hoe ga je om met iemand die somber is of in de war?
Voel je je daar soms onzeker over? Dat is heel normaal. Bijna niemand kan dit vanzelf. Zorgen voor een ander is iets wat je léért. Meestal niet in één keer, maar stap voor stap. Je leert het terwijl je het doet. En je hoeft het niet alleen uit te zoeken. Er zijn mensen die het je rustig voordoen en uitleggen. En er zijn hulpmiddelen die het makkelijker en veiliger maken.
In dit artikel lees je wat je allemaal kunt leren. Ook lees je hoe je dat leert. En je leest welke slimme hulpmiddelen je daarbij helpen. Lees rustig. Pak eruit wat bij jouw situatie past.
Je hoeft niet alles meteen te kunnen
Misschien ging het beetje bij beetje. Eerst hielp je af en toe met de boodschappen. Daarna met de administratie. En voor je het wist, verzorg je iemand een groot deel van de dag. Dan is het logisch dat de zorg je soms te veel wordt. Je hebt er namelijk nooit voor geleerd.
Het mooie is: zorgen is geen talent dat je hebt of niet hebt. Het is iets wat groeit. In het begin voelt het misschien spannend en onhandig. Denk aan het wassen, het aankleden of het omgaan met lastig gedrag. Maar na een tijdje gaat het vanzelf. Je krijgt wat uitleg en je oefent. Dan hoef je er steeds minder over na te denken.
Het helpt om mild te zijn voor jezelf. Je mag fouten maken. Je mag vragen stellen. Ook de vragen die je “stom” vindt. Want juist door te vragen leer je het snelst. Laat iemand het je ook voordoen. Zo wordt de zorg lichter. Voor jou én voor je naaste.
Wat kun je leren?
Het helpt om te weten wat je kunt leren. Grofweg gaat het om drie dingen.
Praktische verzorging en handelingen
Dit zijn de dagelijkse dingen waar je tegenaan loopt. Zoals iemand wassen en aankleden. Of helpen bij het naar de wc gaan. Of veilig helpen met opstaan en verplaatsen. Of medicijnen klaarzetten. Het lijken kleine dingen. Maar ze goed en veilig doen, scheelt enorm. Het is fijner voor je naaste. En je spaart je eigen rug en schouders.
Je kunt leren hoe je iemand verplaatst zonder te tillen. Je leert hoe je het wassen prettig houdt. En je leert waar je op moet letten, zoals de huid of het eten en drinken. Een verpleegkundige kan je deze dingen precies voordoen.
Omgaan met veranderend gedrag
Soms is de zorg vooral lichamelijk. Maar vaak verandert ook het gedrag van je naaste. En dat kan het zwaarste zijn om mee om te gaan.
Bij dementie verandert iemand langzaam. Dementie is een ziekte waarbij het geheugen en het denken steeds slechter worden. Je naaste kan je naam vergeten of in de war raken. Of steeds hetzelfde herhalen. Of ’s nachts onrustig zijn. Soms wordt je naaste boos of wantrouwend. Dat kan pijnlijk en verwarrend zijn. Het helpt om te weten dat dit gedrag bij de ziekte hoort. Het is niet tegen jou persoonlijk bedoeld. Je kunt leren hoe je rust brengt. Je leert meegaan in hoe je naaste de wereld beleeft, in plaats van steeds te verbeteren. En je leert hoe je onrust kunt voorkomen.
Zorg je voor iemand met een psychische aandoening of een verslaving? Een psychische aandoening is een ziekte die te maken heeft met je gevoel en je gedachten. Dan is het vaak lastig om in te schatten hoe het met je naaste gaat. En wat je wel of niet moet doen. Hier is het extra belangrijk om te weten waar je grens ligt. Je bent mantelzorger, geen behandelaar. Je kunt leren beter te begrijpen wat je naaste doormaakt. En je leert hoe je steunt zonder over je eigen grens te gaan.
Je naaste beter begrijpen
Bij elke vorm van zorg geldt hetzelfde. Hoe beter je begrijpt wat er met je naaste gebeurt, hoe rustiger je kunt reageren. Weet je waaróm iemand zich op een bepaalde manier gedraagt? Dan houd je makkelijker geduld. En je vat niet alles persoonlijk op. Begrijpen hoort er dus net zo goed bij als de praktische handelingen. Ook dat is een deel van “leren zorgen”.
Hoe leer je het?
Goed nieuws: je hoeft dit niet uit een boekje te leren. Je leert het vooral van mensen die het elke dag doen. En in cursussen die speciaal voor mantelzorgers zijn gemaakt.
Laat het je voordoen door de wijkverpleegkundige
De makkelijkste manier om praktische verzorging te leren, is samen met iemand. Laat een ander het naast je doen. Komt er al thuiszorg bij je thuis? Dan is dat een mooi moment om mee te kijken en vragen te stellen.
Komt er nog geen zorg bij je thuis, maar zou dat wel helpen? Thuiszorg is verpleging en verzorging bij iemand thuis. Zo vraag je het aan:
- Bel je huisarts. Die kan je doorverwijzen.
- Een wijkverpleegkundige van de thuiszorg komt bij je langs en kijkt welke zorg nodig is. Je kunt de thuiszorg ook zelf bellen. Een verwijsbrief is niet altijd nodig.
- Samen maken jullie afspraken over wie wat doet.
De wijkverpleegkundige doet niet alleen de zorg. Hij of zij kan je ook leren hoe je sommige handelingen zelf veilig doet. Vraag er gerust om. Daar zijn ze voor. Thuiszorg wordt betaald vanuit de basisverzekering. Dat is de standaard zorgverzekering die iedereen in Nederland heeft. Over de kosten van hulpmiddelen en regelingen lees je apart meer op deze site.
Volg een cursus of training voor mantelzorgers
Naast leren in de praktijk kun je ook een cursus volgen. Er zijn trainingen speciaal voor mantelzorgers. Bijvoorbeeld over omgaan met dementie. Of over zorgen voor iemand met psychische problemen. Of over hoe je de zorg volhoudt zonder zelf om te vallen. Vaak doe je dat samen met andere mantelzorgers. Dat is fijn. Je merkt dan dat je niet de enige bent die hier tegenaan loopt.
Wil je weten wat er is? Kijk bij Training op deze site. Daar staat het aanbod voor mantelzorgers bij elkaar.
Welke hulpmiddelen en technologie helpen?
Leren zorgen gaat niet alleen over wat jij zelf kunt en weet. Slimme hulpmiddelen kunnen je veel werk en zorgen uit handen nemen. En ze maken de zorg veiliger. Een paar voorbeelden:
- Hulpmiddelen die herinneren. Spraakassistenten en speciale apparaatjes helpen je naaste ergens aan denken. Bijvoorbeeld aan afspraken, medicijnen en dagelijkse taken. Sommige zijn speciaal voor mensen met dementie of parkinson.
- Slimme medicijndispensers. Een medicijndispenser geeft op het juiste moment de juiste medicijnen. Zo hoef je niet zelf alles in de gaten te houden.
- Sensoren en valdetectie. Deze merken het als er iets niet in orde is. Bijvoorbeeld een val, of iemand die ongewoon lang stil is. Dan geven ze jou een seintje.
- GPS-trackers. Handig als je naaste met dementie weleens gaat dwalen en de weg kwijtraakt. Met een GPS-tracker weet je waar hij of zij is.
- Apps om de zorg te verdelen. Verdeel je de zorg met broers, zussen of buren? Met een app houd je samen de taken bij. En je stemt makkelijk met elkaar af. Dat scheelt veel heen-en-weer gebel.
- Beeldbellen. Een controle bij de huisarts of specialist kan soms via beeldbellen. Zo hoef je niet steeds te reizen.
Je hoeft niet alles tegelijk in huis te halen. Begin met dat ene ding dat jou nu het meeste helpt. Twijfel je of je een hulpmiddel moet kopen? Of twijfel je of je het vergoed krijgt? Vraag het na bij je gemeente, bij het Wmo-loket. Wmo is de Wet maatschappelijke ondersteuning. Daarmee helpt je gemeente je om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen. Of vraag het aan de wijkverpleegkundige. Over de kosten lees je apart meer op deze site.
Wil je weten hoe zwaar de zorg voor jóú is?
Tussen al het leren en regelen door is er nog iets belangrijks: jij zelf. Je kunt pas goed voor een ander zorgen als je zelf ook een beetje overeind blijft. Twijfel je of de zorg je niet te veel wordt? Een korte zelftest helpt je om dat helder te krijgen. Daarna krijg je tips die bij jouw situatie passen.
Zorgen leer je het beste rustig, in je eigen tempo. Met af en toe een steuntje in de rug. En dat steuntje mag je gerust vragen.
Even samenvatten
- Je hoeft niet alles vanzelf te kunnen. Zorgen voor een ander is iets wat je léért, stap voor stap. Onzeker zijn is normaal.
- Je kunt drie dingen leren: praktische verzorging en handelingen, omgaan met veranderend gedrag (bij dementie of een psychische aandoening), en je naaste beter begrijpen.
- Je leert het vooral in de praktijk. Laat de wijkverpleegkundige of thuiszorg het je voordoen en uitleggen. Thuiszorg vraag je aan via je huisarts, of je belt de thuiszorg zelf.
- Volg ook eens een cursus of training voor mantelzorgers. Kijk bij Training op deze site.
- Slimme hulpmiddelen en technologie (herinneringen, medicijndispensers, sensoren, GPS, apps, beeldbellen) maken het zorgen veiliger en makkelijker. Begin met wat jou nu het meeste helpt.
Wat nu?
Kies één ding om mee te beginnen:
- Wil je praktische verzorging leren? Bel je huisarts of de thuiszorg. Vraag of de wijkverpleegkundige het je kan voordoen.
- Wil je leren omgaan met gedrag, of wil je de zorg volhouden? Kijk bij Training op deze site welke training bij jouw situatie past.
- Loop je tegen een probleem aan dat een hulpmiddel kan oplossen? Bespreek het met de wijkverpleegkundige of met je gemeente (het Wmo-loket).
En vergeet jezelf niet. Leren zorgen mag in jouw tempo. Vraag gerust om hulp. Dat maakt je een betere mantelzorger, geen mindere.
